Voedselagentschap gaat vleessector meer controleren

Belgische slachthuizen mogen extra inspecties verwachten. Minister van Landbouw Denis Ducarme (MR) heeft het Voedselagentschap FAVV de opdracht gegeven de vleessector extra te controleren.

Ducarme is bijzonder scherp voor het federaal voedselagentschap (FAVV), dat onder zijn bevoegdheid valt. In de Kamercommissie Volksgezondheid en Bedrijfsleven zei hij gisteren dat het FAVV meer inspecties had moeten uitvoeren nadat bij een controle in Kosovo etiketfraude was vastgesteld met een lading vlees van het vleesbedrijf Veviba in Bastenaken. Die eerste vaststelling dateert van oktober 2016, maar het duurde uiteindelijk tot februari dit jaar voor een huiszoeking samen met het parket een grootschalig gesjoemel aan het licht bracht en Veviba de deuren moest sluiten.

 

'Het FAVV had onmiddellijk moeten reageren, ook toen er een gerechtelijk onderzoek liep', zei Ducarme in het parlement. 'Na de eerste vaststelling had het agentschap de frequentie van de controles moeten optrekken. Het had ook de macht om de exportvergunning van Veviba op te schorten. Waarom is dat niet gebeurd?'

 

In afwachting van meer ingrijpende maatregelen heeft Ducarme het Voedselagentschap de opdracht gegeven een plan op te stellen om de vleesindustrie nauwlettender in de gaten te houden. De minister heeft gevraagd dat het FAVV per kwartaal een extra onaangekondigde controle uitvoert in alle Belgische vleesbedrijven. 106 slachthuizen, 476 versnijderijen en 478 koelinstallaties mogen bijkomende inspecties verwachten.

 

Vanuit het FAVV kwam de subtiele vingerwijzing dat dan extra middelen nodig zijn. 'Met de middelen en de mensen die we hebben, voeren we vandaag al zo veel mogelijk inspecties uit', zei topman Herman Diricks in de commissie. 'Als daarvoor middelen opzijgezet worden, gaan we die aangrijpen om meer en betere controles te organiseren.'

 

De FAVV-topman verdedigde zich ook tegen de kritiek van de minister dat te weinig controles werden uitgevoerd. 'We hebben in 2016 en 2017 alle inspecties gedaan waartoe we wettelijk verplicht zijn', ging Diricks in het defensief. 'Zolang het gerechtelijk onderzoek loopt, wil je als agentschap geen argwaan wekken bij een verdacht bedrijf door bijkomende controles uit te voeren. Dat principe hebben we altijd gevolgd. Er is geen sprake van laksheid.'

 

Ducarme wil dat in de toekomst een gerechtelijk onderzoek er niet meer toe leidt dat het FAVV zich terughoudend opstelt, om het werk van justitie niet te doorkruisen. Nog deze week is een overleg gepland tussen het College van Procureurs-Generaal en het FAVV om daarover duidelijkere afspraken te maken.

 

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V), die ook gehoord werd in het parlement, benadrukte dat de samenwerking tussen het parket en het Voedselagentschap lang niet zo slecht loopt als sommigen beweren. 'Die samenwerking en de gezamenlijke huiszoeking hebben geleid tot de feitelijke vaststellingen die aantoonden dat de volksgezondheid in het gedrang was. Er is dus wel degelijk resultaat.'

 

Ondanks de scherpe uithalen van Ducarme naar het Voedselagentschap, ziet het ernaar uit dat hij de zaak de komende weken laat bekoelen. De regering bestelde vorige vrijdag twee audits die moeten doorlichten waar het FAVV de mist in ging en wat anders moet.

 

Ducarme maakte gisteren bekend dat die audits tegen de zomer in een reeks aanbevelingen moeten resulteren. 'We zullen dan snel werk maken van hervormingen zodat het FAVV in de toekomst krachtdadiger kan optreden', zei Ducarme. 'De controleurs moeten nog verder kunnen gaan. Nu gaat een inspecteur vaak alleen op pad, maar dat is onvoldoende om grote sites te onderzoeken. Dat soort tekortkomingen moeten we tegen het licht houden. We moeten de nodige lessen trekken.'

 

FAVV-topman Diricks heeft daar wel oren naar. Hij erkent dat de bestelde audits een belangrijke opportuniteit vormen voor de verbetering van de werking van de voedingswaakhond. Hij is bereid indien nodig de controles aan te scherpen. 'De eerstelijnscontroles zijn er vandaag op gericht om de problemen voor de volksgezondheid bloot te leggen, maar ze volstaan niet altijd om de economische fraude op te sporen.'

bron: de Tijd